PUBERS EN HUISWERK
Pubers en huiswerk is vaak een niet zo vanzelfsprekende combinatie. Er zijn zoveel dingen leuker dan huiswerk maken. En als je dan met je neus boven de boeken zit, wordt je afgeleid door de appjes van je vrienden, die aanraden toch vooral even naar een gaaf you-tube-filmpje te kijken en voor je het weet, zit je puber naar het scherm te turen in plaats van naar zijn boeken. Maar ja, als je niet leert, regent het wellicht onvoldoendes en dat is ook niet leuk. Vaak zijn ouders nog meer met huiswerk bezig dan kinderen. Ofwel ze maken zich er meer zorgen om. Hoe krijg je nou je kind toch aan het leren? In mijn boek "Pubers en Jongvolwassenen, Als ze maar gelukkig worden", heb ik daar veel aandacht aan gegeven.
Praktische tips als dat het handig is om een goede werkplek met niet teveel afleiding te creëren en je kind te begeleiden bij een goede manier van plannen, maar ook dat je ervoor zorgt dat huiswerk maken wel de verantwoordelijkheid van je kind blijft. Dat je als ouder een middenweg vindt tussen er boven op zitten of het helemaal loslaten. En dat is vaak niet zo eenvoudig.
Belangrijk is dat je kind het meeste leert als het zelf de consequenties van zijn daden moet dragen; dus in die zin leert een kind meer van een onvoldoende dan dat hij een voldoende haalt omdat jij het helemaal overgenomen hebt. Het gaat om liefdevolle betrokkenheid waarbij je de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het huiswerk bij je kind laat en het zijn leermomenten gunt. Wel kun je daar afspraken over maken en dan liefst positief, dat je onvoldoendes die voldoendes worden door hard leren beloont, en niet perse met geld of goederen, maar met complimenten en gunsten.
Wat ook helpt, is als je inzicht krijgt in hoe je kind leert. Op mijn website www.pacha-mama.nl staat de KOLB-test die aangeeft welke leerstijl je kind heeft. Of je kind een Dromer, Doener, Beslisser of Denker is of een combinatie van leerstijlen heeft. Als je dat weet, staan er suggesties hoe je kind de te leren stof het beste aan kan pakken.
Dat helpt om je kind makkelijker en wellicht ook meer gemotiveerd aan zijn huiswerk zal gaan.
Met als resultaat hogere cijfers en een meer ontspannen ouder. ;)
donderdag 7 april 2016
donderdag 12 november 2015
Mijn tweede boek met de titel “Pubers en jongvolwassenen; Als ze maar
gelukkig worden”, is klaar en te koop vanaf
november 2015. Naast inhoudelijke informatie onder andere over welke
ontwikkeling pubers doormaken, welke thema’s in de puberteit een rol kunnen
gaan spelen en waar je als ouders allemaal tegenaan kunt lopen, staan er ook veel
praktische tips in.
Ik ben heel
blij met het eindresultaat en hoop dat ik middels het boek mensen inspireer om
de puberteit van hun kinderen op een meer ontspannen wijze te beleven. Dit boek
wil een steun in de rug bieden en praktische handvatten geven hoe je je puber
en jongvolwassene in deze periode vol veranderingen het beste kunt begeleiden.
Er wordt ook beschreven waarom het in deze tijd soms niet makkelijk is om
kinderen op te voeden, omdat we echt in een heel andere wereld leven dan waarin
wij als ouders zijn opgegroeid. En er is een hoofdstuk over pubers met andere kwaliteiten zoals hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, ADHD en ASS, maar ook over pubers in gescheiden en samengestelde gezinnen en over pubers in allochtone gezinnen.
Om je kind te
begeleiden tot volwassenheid is het goed als je weet welke ontwikkelingen
pubers doormaken, wat een puber te leren heeft en wat jouw rol in het geheel
is. Meer kennis kan dan zorgen voor meer inzicht en je helpen met meer vertrouwen je kinderen op te voeden tot zelfstandige, verantwoordelijke en onafhankelijke volwassenen.
Opvoeden is vooral liefdevol begrenzen en uiteindelijk in liefde loslaten.
U kunt het
boek bestellen via henriette@pacha-mama.nl www.pacha-mama.nl of via bol.com De
boekpresentatie is op donderdagavond 26
november 2015 van 20.00 – 21.00 in boekhandel Feijn in Alkmaar. Ik geef een korte powerpointpresentatie over de inhoud van het boek. Daar kun je het boek ook aanschaffen.
woensdag 22 april 2015
Iedereen let op mij!
In
de puberteit worden pubers zich steeds meer bewust van zichzelf. Jongeren hebben een egocentrisch perspectief en denken dat iedereen op
hen let en van alles aan hen ziet. In hun hoofd wisselen de positieve en
negatieve stemmen elkaar af, de ene stem zegt dat ze veel beter, slimmer en mooier dan hun vriendin
zijn, maar de volgende keer overheerst de stem die zegt dat ze dom, waardeloos,
lelijk zijn. Deze positieve en negatieve gedachten zorgen voor veel innerlijke
strijd en innerlijke verwarring.
Ze
kunnen uren voor de spiegel staan en erg bezig zijn met uiterlijk, kleding en
haar. En met hoe ze op anderen overkomen. Het is heel belangrijk dat je goed in
de groep ligt en vooral niet teveel afwijkt of opvalt. Pubers gaan behalve dat
ze kritischer naar zichzelf kijken ook kritischer naar anderen kijken, vooral
naar hun ouders.
Pubers
en vooral hoogsensitieve pubers zijn erg bezig met anderen en interpreteren
signalen van anderen als goed- of afkeuring. Maar daarbij interpreteren ze dat
niet altijd op een goede manier. Als ze op het schoolplein andere jongeren naar
hen zien kijken en met elkaar praten, kunnen ze de conclusie trekken dat er
over hen geroddeld wordt. En daar dan erg gevoelig op reageren. Ze
interpreteren dat het over hen gaat en dat het vast niet positief is. Met als
gevolg dat ze zich onzeker gaan voelen en in hun gedachten steeds met het
voorval bezig blijven en zich niet erg goed meer kunnen concentreren.
Het gedeelte in de hersenen dat verantwoordelijk
is voor het herkennen van verfijnde sociale signalen is nog in ontwikkeling. Pubers
kunnen dus moeite hebben met het juist inschatten en interpreteren van emoties
van anderen. Of ze nemen hun eigen gevoelens als uitgangspunt en projecteren
die op de ander. Naarmate pubers ouder worden, kunnen ze emoties bij anderen
steeds beter herkennen en juist duiden, met name de nuances zoals het verschil
tussen walging, boosheid en angst.
Onderzoekster Eveline Crone geeft aan dat
pubers zich steeds beter in anderen leren verplaatsen. Soms schieten ze hierin
door in de zin dat ze hypergevoelig worden voor emoties op de gezichten van
anderen. Ze kunnen veel emotioneler reageren dan volwassenen, blijkt uit
hersenscans. Ze zijn erg gevoelig voor
afwijzing, zelfs als je boos naar ze kijkt, kan dit erg binnenkomen. Ze laten
zich snel in een emotie meeslepen. Ze kunnen het gevoel van afwijzing nog niet afremmen
omdat de prefrontale cortex daartoe nog onvoldoende ontwikkeld is bij pubers
Hersenen reageren praktisch hetzelfde op
uitsluiting van leeftijdgenoten als op bedreigingen van de gezondheid of de
voedselaanvoer. Voor het brein is afgewezen worden dus een levensbedreigende
situatie. Daarom kunnen ze zo heftig reageren als ze zich bedrogen of afgewezen
voelen. Vriendschappen krijgen een
andere betekenis. Voor die tijd is vriendschap vooral dat je dezelfde dingen
leuk vindt en dat je bepaalde dingen samen
doet of deelt. In de puberteit wordt de wederkerigheid in relaties belangrijker
gaan ze beseffen dat een ander heel anders tegen dingen kan aankijken dan ze
zelf doen.
Henriëtte
Maas www.pacha-mama.nl
maandag 16 juni 2014
Ongelukkig voelen
Ongelukkig voelen.
Net als volwassenen, voelen pubers zich ook niet altijd gelukkig.
In de puberteit beginnen kinderen meer na te denken over zichzelf en
de wereld en soms vinden ze dan dat het er allemaal niet zo leuk aan toe gaat
en dat het niet gaat zoals ze graag zouden willen. Er wordt heel wat af
gepiekerd in de puberteit. En vooral hooggevoelige pubers zijn hier erg goed in. Over hoe ze eruit zien, hoe ze overkomen op anderen,
over hoe hun toekomst er uit zal zien enz. Hier kunnen ze tijdelijk somber of
lusteloos van worden.
Dit naar binnen keren is niet alleen maar negatief. Het innerlijke
leven krijgt zo vanzelf meer aandacht. Maar soms maak je je als ouder wel
zorgen over deze stemmingen van je kind.
Het is goed als ouder hier alert op te zijn zonder het te groot te
maken. Als je kind in korte tijd verandert van uiterlijk en/of humeur of
energieniveau, is het goed om de vinger aan de pols te houden en te kijken wat
er achter die plotselinge verandering zit. In het Puberopvoedboek staat dat als
je kind aangeeft dat hij dood wil, je niet in paniek moet raken of het
bagatelliseren, maar dat je moet vragen of hij wil dat er iets stopt of dat hij
het leven echt niet meer wil. En in het laatste geval is het wijs om snel hulp
te zoeken.
Annette Heffels geeft ook aan dat depressies bij 3 % van de kinderen
voorkomt, maar bij pubers en adolescenten (vooral bij meisjes) stijgt dit
percentage naar 11 %.
Het gebruik van antidepressiva bij kinderen en jonge mensen neemt toe.
Agressie blijkt één van de meest verontrustende bijwerkingen van antidepressiva
te zijn, met name agressie die de slikker tegen zichzelf richt. Vooral bij
kinderen en jonge mensen blijken deze middelen te kunnen leiden tot vijandige
en zelfdestructieve uitbarstingen. Uit een groot onderzoek van de Amerikaanse
Food en Drug Administration bleek dat het risico op zelfmoord onder jongeren
tot 25 jaar tweemaal zo groot wordt als zij antidepressiva slikken. Dit is
bekend, de waarschuwing staat op de bijsluiters.
De Amerikaanse psychologe Hara Estroff Marano wijst in het tijdschrift
Psychology Today op de grote toename van psychische problemen onder
universitaire studenten, vooral angststoornissen en depressie. Dit zou het
gevolg kunnen zijn van het risicomijdend
gedrag wat (onbewust) aangeleerd is.
Ook in Nederland zien we steeds meer studenten die problemen hebben
met het afronden van hun studie en dan niet omdat ze het intellectueel niet
zouden kunnen. Het zijn vaak psychische of emotionele problemen die hierbij een
rol spelen.
Wat dit betreft zou het fijn zijn als pubers van hun ouders leren, dat ongelukkig zijn bij het leven hoort. Dat het leven soms moeilijk en zwaar is en dat periodes van wind mee zich afwisselen met periodes met tegenwind of stormen. Dat je je niet altijd gelukkig hoeft te voelen, dat je gelukkig voelen geen doel op zich wordt.
Wat dit betreft zou het fijn zijn als pubers van hun ouders leren, dat ongelukkig zijn bij het leven hoort. Dat het leven soms moeilijk en zwaar is en dat periodes van wind mee zich afwisselen met periodes met tegenwind of stormen. Dat je je niet altijd gelukkig hoeft te voelen, dat je gelukkig voelen geen doel op zich wordt.
Soms voelt een puber zich zo niet gezien en begrepen dat hij zich
afschermt van de wereld en zich verschuilt achter een masker van
onverschilligheid. Zodat anderen hen niet meer kunnen raken. In die zin is
communicatie en in contact blijven met je puber van het grootste belang.
De vraag is of een gelukkige jeugd je automatisch voorbereid op het
toch wat ingewikkelde leven. Wellicht heb je daar bijvoorbeeld toch wat
tegenslag voor nodig. Dat je leert dingen te overwinnen en zelf je eigen
boontjes hebt leren doppen. We hebben de gelukkigste jeugd, maar wellicht ook
de meest beschermde en dus de minst voorbereide jeugd van de wereld. En
eigenlijk zijn de jeugdjaren het trainingsveld voor de wedstrijd van het leven.
Het blijkt dat kinderen, net als volwassenen leren van tegenslagen en
frustratie. En misschien moet je je kind deze leerweg ook gunnen, met jou op de
achtergrond als luisterend oor en vangnet om uit te huilen en opnieuw te
beginnen.
Henriëtte
Maas www.pacha-mama.nl
dinsdag 7 januari 2014
Alcohol. Begrenzen is het toverwoord. Maar ja, je wilt geen zeikerd zijn??!
Sinds 1
januari is de grens voor het drinken van alcohol verhoogd naar 18 jaar.
In diverse
bladen staan interviews met jongeren die 16 of 17 zijn en het er helemaal niet
mee eens zijn. Ze geven aan dat hun ouders het niet zo’n probleem vinden als ze
eens wat drinken. Vaak weten de ouders niet eens hoeveel hun kind precies
drinkt. Of ze gaan er vanuit dat hun kind dat niet doet. Dat is een beetje je
kop in het zand steken. Het aantal ziekenhuisopnames door alcoholgebruik stijgt
nog steeds. Vergeleken met 2007 was er een stijging van 59 % in 2011 bij
jongeren onder de 16 jaar, zo bleek uit een onderzoek van het Trimbosinstituut.
Aleid Truijens beschrijft dit in een artikel in de Volkskrant.
De kosten
voor de gemeenschap van alcoholmisbruik zijn immens. “Een kind van zestien met
twintig bier op is een tijdbom, je weet niet wat hij zichzelf en anderen
aandoet. We kunnen die kennis niet meer negeren.” En de gevolgen van
coma-zuipen voor het kind dat in het ziekenhuis belandt, zijn vaak levenslang.
Maar je hoort
ouders ook zeggen dat ze het toch niet tegen kunnen houden.
Die gaan de
strijd niet eens aan. Het mooiste is natuurlijk als het geen strijd hoeft te
zijn, maar een open gesprek tussen ouders en puber.
Natuurlijk hebben ouders gelijk, als de puber echt niet voor rede vatbaar is, kunnen ze niet voorkomen dat hun puber buitenshuis drinkt. Maar ze kunnen wel proberen dit voor te zijn door al op jongere leeftijd met hun beginnende puber te praten over hoe hij in de toekomst met drinken en roken e.d. denkt om te gaan.
Natuurlijk hebben ouders gelijk, als de puber echt niet voor rede vatbaar is, kunnen ze niet voorkomen dat hun puber buitenshuis drinkt. Maar ze kunnen wel proberen dit voor te zijn door al op jongere leeftijd met hun beginnende puber te praten over hoe hij in de toekomst met drinken en roken e.d. denkt om te gaan.
Juist als het
nog niet speelt, staan ze nog wel open om met je te praten over de gevaren van
alcoholgebruik op te jonge leeftijd.
Als ze dan
oud genoeg zijn om uit te gaan, hebben ze er in ieder geval al eens over
nagedacht. Als je op die leeftijd pas met ze over de gevaren begint te praten,
zullen ze die allemaal wegwuiven. Zo ver zullen zij het echt niet laten komen,
zeggen ze dan. Maar eenmaal drinkend zijn ze die verstandige woorden al snel
vergeten.
Ouders geven vaak
aan dat ze zelf op die leeftijd ook alcohol dronken en toch goed terecht zijn
gekomen. Maar de schadelijke gevolgen van alcohol voor de hersenen zijn door
onderzoek wel duidelijker geworden. De hersenen van jongeren die al jong
beginnen met veel drinken worden voorgoed beschadigd. De kans op gedrags-,
leer- en geheugenproblemen is aanzienlijk groter.
Wat helpt is
als ouders duidelijk grenzen stellen: Ik wil niet dat je alcohol drinkt voor je
18-e.
Stel ook
regels, bijvoorbeeld dat er bij jou niet gedronken wordt onder de 18 jaar.
Op die manier
stel je wel duidelijk een norm. Ook al wordt hij wellicht niet altijd
nagevolgd. Het helpt als ze weten dat jij het niet verstandig vindt als ze
drinken en dat jij je dan zorgen om ze maakt. Dus inderdaad een strijd aangaan
en boos worden zal niet helpen, maar wel het constant duidelijk maken wat ze
zichzelf aan.
Blijf jouw
zorgen over hen en hun toekomst duidelijk aangeven. Ook al heb je niet het idee dat het
effect heeft, het komt wel binnen. Pubers vinden het veel lastiger om hun
ouders teleur te stellen, dan dat hun ouders boos op hen zijn.
Maar een norm
stellen vinden ouders vaak erg moeilijk, want ze willen dat het gezellig
blijft; om met de woorden van Aleid te eindigen: Ouders willen geen zeikerd
zijn. Toch geven jongeren jaren later aan dat ze het fijn vonden dat hun ouders
hen wel begrensden, ook al sputterden ze op het moment zelf tegen.
Misschien helpt
dat, als je weer een boze, protesterende puber voor je hebt die zegt dat jij de
meest bekrompen ouder bent die hij kent. Later zal hij je er dankbaar voor
zijn! Denk dus op de lange termijn i.p.v. de korte termijn.
En het
allerbelangrijkste geef zelf het goede voorbeeld. Pubers hebben de associatie
drinken is gezelligheid echt niet zelf ontdekt, maar gezien uit het voorbeeld
van volwassenen.
( artikel: Het moeilijkste is een zeikerd durven zijn, Aleid
Trijens in de Volkskrant van 6 januari 2014)
Henriëtte
Maas www.pacha-mama.nl
woensdag 18 september 2013
Opvoeden met gezag.
In
de puberteit zal de manier waarop ouders ervoor zorgen dat hun kinderen zich
aan die regels houden, moeten veranderen. Bij kleine kinderen is er sprake van
een groot machtsverschil; zij zijn afhankelijk van hun ouders en d.m.v. belonen
en straffen oefenen ouders deze macht uit. Vaak hebben ouders dan nog (ook
lichamelijk) overwicht, dus lukt het meestal wel om niet acceptabel gedrag te
stoppen, desnoods met macht door je kind op te pakken en in de gang neer te
zetten. Of door middel van straf (dreigen) en belonen. “Als je nu stopt met zeuren,
mag je na school TV kijken.” “Als ik je nog 1 keer je broer zie slaan, pak ik
die schep van je af.” Op die manier doen kleine kinderen over het algemeen wel
wat de ouders willen.
Naarmate
kinderen ouder worden, neemt dit machtsverschil af; pubers zijn en zien
zichzelf als minder afhankelijk en later als gelijkwaardig aan hun ouders. Ze
beginnen hun eigen macht te ontdekken en accepteren het niet meer als hun
ouders hen met macht in het gareel proberen te krijgen. Het is belangrijk dat
ouders hierin meegaan. Als je toch macht blijft gebruiken of je heel star
opstellen, houdt je een hok vol herrie (ruzie, schelden, slaan), of je kind
gaat je ontlopen(weglopen, spijbelen, verslavingen) of hij leert niet om een
eigen identiteit en verantwoordelijkheidsgevoel op te bouwen ( geeft zijn eigen
mening op, wordt een meeloper). Voor een
machtsconflict heb je twee partijen nodig, als je als ouder niet meer reageert
met macht, heb je geen machtsconflict meer.
Maar
alle regels loslaten, is ook niet de manier. Het gaat er dus om dat je gaat
opvoeden met gezag, liefdevol leiding geven aan je puber.
Opvoeden
met gezag wil zeggen, dat je dreigen en straffen overbodig maakt. Je gaat uit
van een positieve insteek, dat je probeert om op een positieve manier invloed
te hebben op je puber. Dat je kinderen
dingen gewoon voor je doen als je het zegt, zonder dat je ervoor moet
dreigen; als…dan… Daar moet je dus nu al aan werken en niet pas als macht niet
meer werkt. Wat wel helpt is met beloning werken en dan niet in de zin dat er
overal iets tegenover moet staan, maar vooral met complimenten geven en je
dankbaarheid tonen. Dus op een positieve manier je puber beïnvloeden. Aangeven
dat je van je kind houdt, maar dat er regels en grenzen zijn en dat je bepaald
gedrag niet tolereert.
Waarachtigheid
en rechtvaardigheid is iets wat bij
pubers van nu hoog in het vaandel staat. Dus ze zullen je daar naadloos in
spiegelen. Je bent veel geloofwaardiger als je zegt wat je doet en doet wat je
zegt. Je hebt een voorbeeldfunctie Bijv.
m.b.t. roken en drinken. Pubers prikken zo door je houding heen, als je het
zelf wel doet en het hen verbiedt zonder daarin open over jezelf te zijn en
zelf bijvoorbeeld met teveel drank achter het stuur gaat zitten.
Je
wint aan gezag als je laat zien, dat je ook inzicht in jezelf hierbij hebt.
Je
voorbeeldfunctie in het leven voorleven, werkt beter dan alle woorden bij
elkaar. Los daarvan staat dat als jij wel rookt of drinkt dat geen reden is dat je jonge puber dit dan
ook zou mogen. Jij blijft de opvoeder, in die zin is jullie relatie niet
gelijkwaardig; als ouder houd je de regie.
Henriëtte
Maas www.pacha-mama.nl
maandag 27 mei 2013
Pubers en relatievorming/seksualiteit
Hoogsensitieve pubers
en relatievorming/seksualiteit.
In
de puberteit spelen hormonen een belangrijke rol bij de lichamelijke
ontwikkeling.
De
lichamelijke groei gaat vaak schoksgewijs. Het begint meestal met haargroei in
oksels en rond de geslachtsdelen. Daarna
verandert het puberlijf zelf ook, ze worden langer en de verhoudingen worden
anders.
Door
die veranderingen kunnen ze zich tijdelijk niet thuis voelen in hun lichaam en
zich daar onzeker over voelen.
Dubbel
lastig omdat in de puberteit het belang van uiterlijk erg groot is. Hoe je
eruit ziet, vormt een belangrijk onderdeel van de identiteit van de jongere. Ze
vergelijken zich met anderen, vrienden maar ook met rolmodellen in de media.
Naast
vriendschappen worden er nu ook relaties aangegaan waarbij seksualiteit zijn
intrede doet. Seksualiteit is een belangrijk aspect van de puberteit. Ook voor
hoog gevoelige pubers.
Maar
met het uitproberen wat bij deze fase hoort, kunnen ze niet zoveel. Ze gaan
liever voor diepgang dan voor experimenteren. Het zorgt bij hen voor veel
onzekerheid, ook omdat ze het lastig vinden om met de gevoelens van anderen om
te gaan. Ze voelen veel aan, maar soms interpreteren ze niet goed wat ze voelen.
Wat voor veel stress kan zorgen.
Wat
je bij hoog gevoelige pubers wel ziet, is dat ze al heel jong verkering kunnen
hebben om zo niet mee te hoeven doen aan het flirten en daten. Ook vinden ze
het vervelend om anderen verdriet te doen, dus een verkering uitmaken of elkaar
zwart maken, wat nogal eens gebeurt als relaties weer uitgaan, zijn zaken waar
zij het erg moeilijk mee hebben. Hun grote rechtvaardigheidsgevoel speelt hen
ook parten hierbij.
Voor
hen is het prettiger om met leeftijdgenoten om te gaan, zonder dat er meteen stelletjes
ontstaan. Vaak zie je dat ze helemaal opbloeien in vriendengroepjes met
dezelfde hobby’s of sport. Hier zit niet de drang om je aan één persoon te
binden.
Het
is belangrijk dat ouders hun kind hierbij ondersteunen, ook al zijn het in hun
ogen vreemde hobby’s voor pubers. Ik ken een jongen die zich aansloot bij een
vis-club. Het merendeel van de leden was volwassen, maar er zaten ook enkele
jongeren tussen. Hier voelde hij zich helemaal op zijn gemak.
En
voor het vinden van een levenspartner hebben ze nog tijd genoeg en het is fijn
als daar niet zo de nadruk op gelegd wordt. Het is prettig als ze voelen dat ze
daar hun eigen tempo in mogen bepalen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
